Vrouwenvoetbal, wij moeten dat niet…

,,Ervaring leert ons: hoe meer wij zogenaamd iets moeten, hoe meer weerstand dit oplevert''. Onze selectielid Tomas Toma publiceerde afgelopen week opnieuw een stuk over de ontwikkelingen van het meisjes- en vrouwenvoetbal, in met name Nederland.

28
nov

Vrouwenvoetbal, wij moeten dat niet…

 Eerder dit jaar (maart 2017) schreef Tomas het betoog ‘Vrouwenvoetbal heeft de toekomst’ waarin hij de toekomst van het meisjes- en vrouwenvoetbal (in Nederland) rooskleurig beschreef: ,,Het zal slechts een kwestie van tijd zijn dat vrouwenvoetbal de waardering krijgt die het verdient.” Dit bericht haalde ook de landelijke media via het item ‘NRC checkt’ met de stelling: Vrouwenvoetbal kenmerkt zich door weinig spelbederf.

Ondertussen zijn wij 8 maanden verder, zijn de OranjeLeeuwinnen Europees Kampioen geworden in eigen land, zijn Lieke Martens en Sarina Wiegman gekroond tot de beste van de wereld in hun categorie en hebben meerdere speelsters een toptransfer gemaakt. Kunnen wij hiermee nou zeggen dat het vrouwenvoetbal (in Nederland) eindelijk – langzaam maar zeker – de waardering krijgt die het verdient? Persoonlijk denk ik van wel, maar…

Moeten

Maar wat mij vooral opvalt is dat wij sinds de start / na afloop van het EK steeds meer ‘moeten’. Er moet nog meer aandacht komen voor het vrouwenvoetbal. De speelsters moeten meer verdienen. De KNVB moet veel meer aandacht besteden aan het vrouwenvoetbal. Andere betaald voetbalorganisaties (BVO’s) moeten met meisjes- en vrouwenvoetbal beginnen. Nieuwsplatformen moeten meer aandacht besteden aan het meisjes- en vrouwenvoetbal. En zo zijn er ongetwijfeld nog meer dingen die zogenaamd moeten. Zoals men niet wilt dat vrouwen bewust worden uitgesloten, moet men ook niet willen dat vrouwen, puur op basis van het vrouw-zijn, op bepaalde posities worden gezet of op basis daarvan iets moeten krijgen. Dus laten we a.u.b. stoppen om dit aan te halen als verwijt, dan wel als argument. Nee, want daarmee doen wij dan precies hetzelfde, maar dan gewoon andersom. En dan lees ik dat minister Bruins voor Sport wil praten over de grote inkomensverschil tussen professioneel mannen- en vrouwenvoetbal met argument: ‘’iedereen in de sport is gelijk.’’ Daar denk ik toch iets anders over; iedereen is in de essentie in de maatschappij gelijk, zeker weten! Maar in de sport ben je dat niet. In de sport hoor je dezelfde kansen (en faciliteiten) te krijgen, waarna vervolgens, even simpel gezegd, de marktwerking haar werk doet. En laten wij stoppen met het nutteloze argument dat ‘de mannen toch niks presteren en alleen maar sterallures vertonen’. Op de laatste twee wereldkampioenschappen werden wij tweede en derde. En jongens zoals Sneijder, Robben, Huntelaar en Kuijt waren en zijn volgens mij prima rolmodellen. 

De ingeslagen weg

Ik geloof erin dat het meisjes- en vrouwenvoetbal de afgelopen jaren juist ook zoveel aan populariteit heeft gewonnen door de ongedwongen en enthousiaste uitstraling. Juist het niet-moeten, maar het mogen en willen investeren in en met de personen die dat wel willen heeft tot dit succes geleid. Ervaring leert ons allen hoe meer we zogenaamd iets moeten, hoe meer weerstand dit oplevert. Laten we vooral blijven investeren in de eigenheid van het vrouwenvoetbal en juist waken dat wij met z’n allen gaan schreeuwen om van alles dat zogenaamd moet. Ik zie en begrijp de voorbeelden van Noorwegen, Denenmarken en Engeland ook, maar een belangrijke kanttekening daarbij is dat deze landen al twee tot drie keer zo lang ‘serieus bezig zijn’ met het vrouwenvoetbal. Het succes van afgelopen zomer, en met name het enthousiasme, laagdrempelige en zeker ook de sportieve uitstraling van het meisjes- en vrouwenvoetbal heeft geleid tot deze populariteit. En natuurlijk is het succes van afgelopen zomer een hele belangrijke factor, zo niet de belangrijkste factor. Maar dit succes is naar mijns inziens ook vooral weer het resultaat van die lange aanloop. En uiteraard moeten wij de successen aangrijpen en gebruiken om zaken te verbeteren voor zowel de top- als breedtesport in Nederland: betere faciliteiten, meer media-aandacht, investeringen vanuit het bedrijfsleven en een eerlijker financiële verdeling. Maar laten we daarbij ook zorgen dat wij juist de uitstraling (laagdrempelig, toegankelijk, intrinsieke motivatie, gunfactor) weten te bewaken, de uitstraling die het meisjes- en vrouwenvoetbal toegankelijk maakt onder een andere doelgroep binnen het voetbal. Een doelgroep die houdt van de puurheid die het vrouwenvoetbal (nog) heeft.

Eredivisie Vrouwen

Zoals ik in maart riep: de focus moet gericht blijven op het investeren in de opleiding en begeleiding van de speelsters en het creëren van de juiste (sponsor)fits met het bedrijfsleven en de fans. Uiteraard is de breedtesport en daarmee de jeugdopleidingen het belangrijkst, maar een andere focuspunt ‘moet’ de Eredivisie Vrouwen zijn. Deze competitie dient ertoe te leiden dat het vrouwenvoetbal in Nederland structureel een sterke en goede uitstraling krijgt, met kwalitatief goed voetbal. Met de oprichting van de Coöperatie Eredivisie Vrouwen (CEV) is er op commercieel en marketing vlak een belangrijke stap gezet. Vooralsnog missen de sponsoren voor open doel wat mij betreft. Ik blijf het verrassend vinden dat nog steeds zo weinig organisaties deze stap ‘durven’ te zetten. Een bijzonder grote en betrokken doelgroep, via speelsters die met de dag aan populariteit winnen, is toch bij uitstek een ontzettend sterke communicatie- en marketingtool? Regeren is vooruitzien toch? Nou, bij deze: ik durf met alle zekerheid te zeggen dat de organisaties die nu instappen, daar écht de vruchten van gaan plukken. Uiteraard komt hier een goed bedachte marketing- en activatiestrategie bij kijken, maar dat is met de ontwikkeling en de eerdergenoemde eigenschappen van het meisjes- en vrouwenvoetbal een mooie uitdaging voor een aantal knappe koppen…

Intersport is vorig jaar op een heel mooi moment ingestapt en heeft rondom het EK mooie en populaire campagnes gevoerd. De uitdaging voor de sportketen is om deze activatie nu door te trekken om de gigantische (potentiele) doelgroep te blijven binden. Neem bijvoorbeeld Kia Motors Nederland, hoofdsponsor van UEFA Women’s Euro 2017, die o.a. een ode bracht aan het Nederlandse vrouwenvoetbal in een speciale mini-documentaire (zie onderstaand). Waarom trekt Kia deze lijn niet door, en omarmt het de Eredivisie Vrouwen, vraag ik mijzelf dan hardop af. Of neem de techniek- en IT-sector die roept en zoekt naar vrouwelijk talent; hoe uniek en sterk zou een dergelijke samenwerking wel niet kunnen zijn. Ook kan ik het voorbeeld van de verzekeringsmaatschappij Allianz in Duitsland weer aanhalen en zijn er andere voorbeelden te bedenken voor in Nederland. De (toekomstige) beslissingsbevoegden zijn te bereiken via het meisjes- en vrouwenvoetbal…

De uitdaging nu zit in het feit dat de CEV de clubs goed gaat weten te bereiken en te betrekken en uiteraard vice versa. Dit geldt ook voor een integrale samenwerking tussen de clubs, want uiteindelijk hebben alle betrokkenen belang bij een sportief en commercieel sterke competitie. Moeten er dan ook meer clubs bij? Wat ik veel mensen hoor roepen. Deze roep wordt vooral gericht naar de wat grote BVO’s in Nederland. Natuurlijk zou dit mooi zijn, maar niet realistisch en verstandig op dit moment. De vijver met talenten is vooralsnog niet groot genoeg, waardoor de competitie er kwalitatief niet op vooruit zal gaan; zo heeft Excelsior/Barendrecht Vrouwen dit seizoen haar intrede gemaakt in de Eredivisie Vrouwen. Of dit een goede ontwikkeling is, moet in principe nog blijken. Hoogstwaarschijnlijk is dit een weloverwogen beslissing geweest van de club op zich en de andere betrokkenen, de andere clubs in de Eredivisie Vrouwen en de voetbalbond. Het zou te makkelijk zijn om deze keus nu al te veroordelen. Maar de sportieve resultaten, met 0 punten uit 8 wedstrijd en een negatief doelsaldo van 20+, spreken voor een groot deel wel voor zich; de vijver met talenten is nog niet groot genoeg en daarom zou het ook geen wijselijk besluit zijn om als BVO ‘zomaar even’ met vrouwenvoetbal te beginnen. Het gaat in deze fase zeker niet om kwantiteit, maar om…

Conclusie

De bewustwording dat er zaken professioneler moeten begint zeker te ontstaan bij de beleids- en opiniemakers. Daarbij is het soms te begrijpen dat sommigen het te langzaam vinden gaan, maar we moeten ons ervan bewust zijn het topvrouwenvoetbal in Nederland nog steeds maar tien jaar bestaat en dat het daarmee ook nog steeds redelijk in de kinderschoenen staat. Een stabiele en een sportief en commercieel sterke Eredivisie Vrouwen, met een natuurlijke aanwas vanuit de breedtesport, dienen de logische volgende stappen te zijn in de doorontwikkeling van het meisjes- en vrouwenvoetbal in Nederland. Om dan ook in voetbaltermen te spreken; weet je wat wij echt moeten? Niet zeiken, maar foetballe! Wat ook kenmerkend is voor de meisjes en vrouwen binnen de lijnen. Laten we daar een voorbeeld aan (blijven) nemen en er met elkaar voor zorgen dat het een goed georganiseerd en natuurlijk proces blijft…

Foto: Lute Bruinenberg.




  • Delen:

Plaats een reactie